Er is een stad in het Oosten van Nederland. Een stad met een
rijke historie.
Vele roemruchte verhalen zijn er al geschreven over deze
stad.
De stad heeft net als alle anderen goede en slechte tijden
gekend.
Niet zo heel lang geleden vond iedereen deze stad nog saai,
en stom.
Zwollenaren, zoals de inwoners van de stad zich noemden,
waren helemaal niet trots op hun stad, en ze klaagden bij de koning.
Koning, kunt u de stad niet wat spannender maken, vroegen ze
aan de koning.
Tja, zei de koning, dat kan ik niet doen. Dat moeten jullie
zelf doen. Ik heb er de middelen niet voor. Maar, waar mogelijk, zal ik ook een
bijdrage leveren.
De Zwollenaren gingen naar huis en mokten verder.
Enkele Zwollenaren dachten echter goed na over wat de koning
had gezegd.
De één begon een restaurant, de ander startte een festival,
de derde begon een eigen theater en zo volgden er meer en meer initiatieven. De
stad begon te bruisen.
De koning droeg ook
zijn steentje bij en zetten een prachtige kroon op zijn oude paleis. Ook droeg
hij zijn adviseurs op om de mensen die iets wilden ondernemen te helpen en niet
alleen maar dwars te zitten. Nog meer nieuwe ondernemers begonnen aan een
avontuur. Zo maakten zij van de stad een
parel, en van de kerk een boekenpaleis.
En de koning? De
koning zat nog jaren op zijn zachte kroon. Hij keek naar beneden en zag dat
zijn stad bruiste. Vaak steeg hij af en
wandelde door zijn stad. En hij wist dat hij een onderdaan was van zijn
onderdanen. Hij wist dat het leiden van
zijn stad met wijsheid moest gebeuren. Door de ondernemende onderdanen de
ruimte te geven om te groeien. En de koning groeide mee…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten